Hoogmoed komt voor de kramp
18 juli 2008 | Gepubliceerd in Start to run | 2 Comments

Samen met zo’n 225 andere UZA-medewerkers besloot gedelegeerd bestuurder Johnny Van der Straeten uit de startblokken te schieten. Tien mijl moest het worden! Alleen draait het anders uit…
Je eigen verhaal hier? Mail het ons op uzaloopt@uza.be.
Op de kick off meeting van start to run word ik aangestoken door het enthousiasme van de coaches en ik besluit dat 10 mijl niet erger klinkt dan 10 kilometer en dus ook voor een man van middelbare leeftijd haalbaar moet zijn. Ik sport al 10 jaar niet meer wegens knieproblemen, dus dat moet eerst opgelost. Op orthopedie is dr. Dossche formeel: juist door het stoppen met sporten zijn mijn spieren van mijn dijbenen verslapt, waardoor ik problemen krijg met de pezen langs mijn knie. Wél sporten en dijbeenoefeningen zijn dus een oplossing en geen probleem.
Na dit fiat zet ik de volgende stap: een looptruitje kopen en een loopbroekje (mijn oude voetbaluitrusting is te belachelijk geworden). Loopschoenen heb ik nog. Aangezien ik er door tijdsgebrek niet in slaag aan te pikken in een groep, stippel ik thuis een parcours uit dat gemakkelijk loopt. Totale afstand: 3,2 km. Donderdagavond 10 juli start ik om 10u voor mijn eerste loopsessie. Mijn hartslagmeter is afgesteld en ik hou mij voor te trainen aan een hartslag van 170. Achteraf zal ik horen dat ik gek ben, want dat dit mijn maximale belasting is. Tot mijn eigen verwondering loop ik het volledige parcours zonder problemen aan een redelijk en constant tempo. Na halfweg begin ik zelfs euforisch te fantaseren: als we nu eens een competitie-element zouden inlassen, bijvoorbeeld al wie voor mij eindigt op de 10 miles in april, krijgt een receptie aangeboden. Gezien mijn leeftijd (50) en conditie kunnen uiteraard geen bonusseconden gegeven worden aan vrouwen, kinderen en mannen die nog ouder zijn. Naarmate ik verder loop zonder plat te vallen, begin ik overmoedig te geloven dat het zelfs een goedkope receptie zou kunnen worden.
Thuis gekomen is er toch wat meewarig gelach van mijn kinderen en echtgenote over mijn fabuleuze prestatie. Ik negeer hen en ga douchen. ’s Anderendaags wil ik mijn conditie verder verbeteren. Recuperatie is niet nodig.
Vrijdagavond voel ik mij nog wat stijfjes van de dag ervoor, maar dat zal wel beteren als ik warm gelopen ben. Het vlot echter voor geen meter. Ik zie 300 UZAtters opdagen op de receptie… Ik hou vol maar zie mijn tempo en mijn hartslag constant dalen. Ik was de dag ervoor te hoogmoedig en als ik langs een kapelletje loopt, gebeurt het: God straft onmiddellijk. Ik voel een stekende pijn in mijn linkerkuit. Kramp, denk ik. Stappen, proberen te lopen, stappen en blijven stappen. Er zal thuis gelachen worden…
Zaterdag dus toch de noodzakelijke recuperatiedag. Mijn kuit blijft pijn doen, maar morgen is alles beter. Ik kies een nieuw parcours voor zondagavond: rond de forten in Dendermonde, vijvers in een vroeger overstromingsgebied langs de Dender. Er is een Zweedse piste rondgelegd en de zachte ondergrond moet helpen nieuwe krampen te voorkomen.
Als ik zondagavond start heb ik er een vijand bij: rond de vijvers moet ik mij een weg banen tussen hoogopgeschoten brandnetels en zwermen stekende muggen. Verkeerde parcourskeuze, besef ik al na 10 meter. Mijn kuit steekt en na 500 meter moet ik opgeven met brandende pijn. Mijn oude schoenen blijken ondertussen ook naar de vaantjes: de enige investering die ik echt had moeten doen, heb ik verwaarloosd.
Maandagmorgen rijd ik met de auto naar het UZA en ik kan amper mijn koppelingspedaal indrukken door de pijn. Dr. Dossche zit op SPORTS. Terwijl ik wacht voor de consultatie hoor ik hem aan de telefoon uitleg geven aan een andere UZA-medewerker met problemen: “Drie weken rust, dan héél langzaam herbeginnen en steeds voldoende recuperatie nemen.” Na een klinisch onderzoek stuurt hij mij naar prof. dr. J. Gielen voor een echo. De bevestiging volgt: een scheur in de soleus (onderliggende kuitspier). “Drie weken rust, dan héél langzaam herbeginnen en steeds voldoende recuperatie nemen”, zegt dr. Dossche. Voor mijn conditie en de genezing van het letsel is het wel aangeraden veel te fietsen. De 10 miles per fiets, dat zie ik onmiddellijk zitten. En aan de aankomst in de biertent wachten op de lopers…
Lessen van de eerste week: START tot run legt de nadruk op start, niet op RUN. Dat heb ik te laat beseft. Ik had toch goede loopschoenen moeten kopen.
Voornemens voor de toekomst: ik rust, fiets, koop schoenen en start opnieuw. Ik wil er in Mechelen bij zijn, desnoods in de biertent.

juli 25, 2008 at 1:14 pm (#)
Het schoeisel was zeker een probleem, maar vooral de overdaad zonder recuperatie heeft onze gedelegeerd bestuurder de das omgedaan. Ikzelf doe al sinds mijn 10e levensjaar atletiek en ik ben -spijtig genoeg- dikwijls moeten terugkeren uit kwetsures. Het is nu éénmaal zo dat je tijdens de inspanning niet direct merkt dat je je forceert. Daarom is een trainingsschema altijd aangewezen. Dit dient dus niet alleen als een zaak van ‘wat moek ik zeker doen’, maar ook als ‘wat mag ik maximaal doen’. (en laat dat nu net zijn waar ik altijd tegen zondig)
Veel succes met het herstel en pak het in de toekomst wat rustiger aan!
maart 31, 2010 at 7:33 am (#)
goede start